Schermverslaafd

475 dagen lang heb ik bijgehouden hoe vaak en hoe lang ik mijn mobiele telefoon op een dag gebruik. Om me helemaal lam te schrikken.

Iedere 20 minuten moet ik even. Is er nog wat gebeurd? Heb ik al een reactie op het mailtje dat ik een half uur geleden heb verstuurd? Ah, kijk! Er heeft iemand op een tweet van mij gereageerd. Even kijken.

Nee, ik moet weer aan het werk. Oké, nog even langs Instagram. Wauw, toffe foto van een motor. Even een like geven. Nu wegstoppen dat ding. Aan de slag. Het artikel moet af. Wat lees ik nou: FBI-directeur ontslagen door Trump. Jeetje, wat een nieuws. Al gauw valt mijn oog op een bericht over het Eurosongfestival. Ik hou niet eens van het Eurosongfestival. Toch even klikken …

Nou, kop op. Aan de bak nu. Ik leg m’n telefoon weg, klap de laptop open en wil net beginnen als het schermpje links van mij alweer oplicht.

Ping!

Blind graai ik naar de telefoon. We vinden elkaar zoals twee magneten elkaar aantrekken. Een bericht in de groepsapp van tennis. Snel tik ik een tekst. Ja, zaterdag ben ik erbij. Kip geregeld? Verzenden. Nou, nu even knallen voor dit artikel.

Ping!

Dertien kippenstukken zijn geregeld, lees ik. Snel zoek ik een duimpje op. Zo aan de slag.

Ping!

Een emoticon van een kip. Grappig, denk ik. Als ik drie seconden later Whatsapp sluit zie ik een drietje onderaan het envelopje. Het schreeuwt om mijn aandacht: ongeopende mail. Misschien heb ik nu al een reactie?

Na ruim een uur heb ik mijn eerste alinea getikt.

Het zal veel mensen bekend voorkomen. De snelle afleiding van de smartphone, terwijl je eigenlijk iets heel anders moet doen. Werk waarmee je geconcentreerd bezig moet. Maar in plaats daarvan stuur je een appje en een tweetje. Check je onzinnige feitjes uit angst iets te missen. En kijk je eindeloos op de mobiel, soms zelfs tot ergernis van anderen.

,,Wat doe je kerel.’’ Verschrikt kijk ik op als hij mij aanspreekt. Zijn stem klinkt harder dan ik van hem gewend ben. ,,Ben ik niet interessant genoeg ofzo?’’, bitst een van mijn beste vrienden. Het is december 2015 als ik terecht word gewezen in een cafeetje in de stad Groningen. Natuurlijk wel, stamel ik. ,,Gewoon even wat checken.’’

Ik voel me betrapt en lullig. Ik besef dat ik de hele avond omlaag kijk , bezig om de telefoon te controleren. Een bericht te tikken. Het is gewoon asociaal. Alsof ik ongeïnteresseerd ben en het niet gezellig vind. Snel stop ik m’n telefoon diep in mijn broekzak. ,,Sorry.’’

De oorwassing in het café zet me voor het eerst serieus aan het denken. Hoe vaak gebruik ik mijn mobiele telefoon? Ben ik een slaaf van mijn scherm?  Zo’n twee weken later hang ik met mijn vriendin J op de bank. Ze leest een boek als ze plots opkijkt. ,,Zit je nou alweer op Twitter?’’

In haar stem klinkt verontwaardiging door. Voor het eerst vraagt ze zich af of ik wel zonder mobiele telefoon kan. ,,Natuurlijk wel’’, zeg ik bars en primair. Demonstratief leg ik de telefoon op de leuning van de bank.

Ping! Een appje.

Ping! Nog een.

Ik begin me ongemakkelijk te voelen, kijk met een schuin oog naar m’n vriendin die de aandacht volledig bij haar boek lijkt te hebben. Voorzichtig reik ik naar mijn iPhone.

Het is vrijdag 22 januari 2016 en ik besluit een speciaal programmaatje te installeren. Moment volgt exact hoeveel tijd ik naar mijn scherm kijk en hoe vaak ik naar de smartphone grijp. Ik wil weten ‘hoe erg’ het met mij is gesteld.  Mijn verwachting is dat ik ongeveer een uur per dag bezig ben op de telefoon. Dat lijkt me al vrij lang. En qua oppakken, ach, het kan toch nooit meer dan 15 keer per dag zijn?

Ik zit er naast, merk ik al vrij snel. Als ik zo doorga, rekent Moment mij na 475 dagen voor, ben ik ongeveer zes jaar van mijn leven aan het swipen, liken, klikken, checken en appen geweest op mijn telefoon. Gemiddeld raak ik elke 20 minuten mijn telefoon aan. Zes jaar. Dat is bizar.

Universitair hoofddocent marketing en psychologie Adam Alter van de Stern Business School van de New York University schreef onlangs het boek Superverslavend. Daarin stelt hij dat we allemaal schermverslaafd zijn. Hij komt tot dat inzicht wanneer hij beseft dat de hotshots uit de wereld van de technologie hun kinderen juist ver weg houden van de iPad, de iPhone en de laptop – zoals Steve Jobs van Apple deed.

‘Ze hanteerden de hoofdregel van drugsdealers: word nooit high van je eigen handel’, schrijft Alter. Volgens de universitair docent is het zelfs zo erg dat webgames en social media zo zijn gemaakt dat wij die niet kunnen weerstaan. Digitale drugs.

Heel herkenbaar, vindt Debbie Been. Ze is cognitief gedragstherapeute en runt haar eigen psychologenpraktijk. ,,Mensen zoeken altijd naar een kortetermijnbevrediging. Een like op Facebook geeft een klein vreugdemoment.’’ Volgens Been lijden we met z’n allen aan infobesitas. ,,We raken in paniek als de mobiel niet in de buurt is. Er zit dan geen rem meer op. Vooral bij jongeren zit hun hele leven in het ding. Ruimte voor diepgang of een mooi gesprek lijkt er amper te zijn. Laat staan voor verveling, terwijl dat juist goed is voor creativiteit.’’

De gedragspsycholoog ziet ook een verschuiving. Volgens haar krijgen jongere mensen – onder de 30 jaar – door de tsunami aan informatie steeds vaker een burn-out. ,,Ik zie nu al ouders die kinderen van tien maanden oud een filmpje op de telefoon laten zien. Lekker rustig. Maar is dat het soort prikkels dat je kinderen al zo jong wilt geven?’’

Foto: Marcel Jurian de Jong

Vier dagen nadat ik Moment heb geïnstalleerd, verwijder ik Twitter van mijn mobiel. Met Facebook ben ik nog rigoureuzer: ik schrap mijn account. Ik ben er klaar mee steeds het rode cijfertje op het Facebook-logo te zien. Het cijfertje dat me nieuwsgierig maakt. Dat ik wel moet klikken – nee, ik moet niks!  Om na een half uur foto’s kijken van de kinderen van de oom van een of andere verre achternicht mezelf de vraag te stellen: waar kijk ik nou in godsnaam naar? Ik had in dat half uur ook even een puzzel kunnen leggen met mijn dochter.

Het schrappen van Facebook is het beste dat ik in tijden heb gedaan. Ik voel wat meer rust in mijn lijf. En veel belangrijker: ik mis het niet. Bij Twitter ligt dat anders. Hoe makkelijk ik de app verwijderde, zo snel (twee weken later) heb ik hem weer op m’n telefoon. Ik zet het programma expres niet op de hoofdpagina, maar toch.

Moment blijkt vrij accuraat te zijn. Mijn maag draait zich figuurlijk om als ik in het boek van Alter lees dat de app alleen wordt geactiveerd als ik naar mijn beeldscherm kijk. Bellen telt dus niet eens mee.

Afgelopen week was het tijd om de balans op te maken. En het was confronterend. Zo heb ik de afgelopen 475 dagen in totaal 1006 uur en 42 minuten naar mijn schermpje gekeken . Dat zijn 42 volledige dagen.  Het grootste deel van mijn mobiele tijd – 23 procent – hang ik op Twitter. Volgens Moment moet ik ook nog blij zijn, want ik zit nog onder het gemiddelde van alle Moment-gebruikers. Maar blij voel ik me niet.

Het voelt zelfs bizar.

Weet u nog dat ik zei dat ik dacht 15 keer per dag mijn telefoon op te pakken? Feitelijk doe ik het driemaal zo vaak. En op mijn slechtste dag zelfs 100 keer. Ik besef gelijk: dit moet anders.

Als je erop let – echt erop let – zie je pas dat de smartphone inmiddels overal is. In de trein zie ik nog amper iemand die niet bezig is met z’n telefoon. Niemand die het meer gek vindt dat tientallen mobieltjes de lucht ingaan tijdens een concert. Als ik dat vijftien jaar geleden deed, ik had toen een koelkast van een telefoon, zou ik worden afgevoerd door de beveiliging. En wat te denken van restaurants? Op vrijwel elke tafel ligt wel een mobieltje binnen handbereik. Waarom eigenlijk?

Hoe normaal is het dat ik 14 procent van de tijd dat ik wakker ben ‘iets met mijn mobiele telefoon doe’? ,,Volgens Moment zit je gemiddeld twee uur en een kwartier per dag op de telefoon? Valt mee. Ik zie wel mensen die 7 uur per dag naar een scherm turen’’, zegt Debbie Been. Volgens haar onderschatten veel mensen hun gebruik. ,,Pas als ze Moment installeren, komen ze er achter hoe vaak ze de mobiel aanraken.’’

Met 2 uur en 14 minuten zit ik ruim onder het gemiddelde van alle Moment-gebruikers (dat is 3 uur en 42 minuten per dag). Maar toch. Ik baal nog steeds van mezelf dat ik de telefoon nog even snel meegris als ik naar de wc moet.

Moment en het boek van Adam Alter drukken me daarnaast ook met de neus op de feiten. Niet alleen ik, nee, wij allemaal zijn verslaafd. ,,De onweerstaanbare aantrekkingskracht van nieuwe technologieën, zoals smartphones, wearables en sociale media, is geen toeval. Ontwikkelaars blijken steeds meer gebruik te maken van digitale suiker: geheime en doelbewuste trucs die uitsluitend bedoeld zijn om apps, spelletjes en andere digitale producten zo verslavend mogelijk te maken’’, schrijft Alter.

Na 475 dagen ben ik me daarvan meer bewust.  ,,Alleen al dat je erover nadenkt is goed’’, zegt Been bemoedigend. Maar het gaat verder dan nadenken. We hebben nu ongeschreven smartphoneregels in huis. Tijdens het avondeten mag niemand naar de mobiel kijken. Ik heb een wekkerradio zodat mijn telefoon ‘s nachts beneden blijft. De Twitter-app is wederom verwijderd. En in de woonkamer staat een doosje om de mobiel in te stoppen als ik thuis ben. Want wat je niet ziet, is er dan ook even niet.