Blikjes, kapotjes en chauffeursappelsap

Een sportgympie.

Ietwat verscholen tussen het natte gras ligt het schoeisel vernaggeld in de berm. Zwart zand plakt aan de schoen, de zool is ietwat vergeeld. Een zwarte ritssluiting hangt er verloren bij. Net zoals het kluwen aan veters dat ooit wit was. Toen de eigenaar het schoeisel net had gekocht. Of gekregen van haar vriendje, misschien? Mijn collega Maaike Wind houdt het gympie omhoog met een grijpstok. ,,Misschien is er wel iemand vermoord en is dit bewijsmateriaal’’, suggereert ze dramatisch.

Misschien wel. De schoen ligt er al een poosje.

Wind lijkt het wel spannend om een misdrijf op het spoor te komen. Onwillekeurig kijken we waar het linkerexemplaar is. Dat moet hier dan toch ook ergens liggen? De rechterschoen ligt langs de N379. Auto’s razen deze dinsdagmiddag in november voorbij op de provinciale weg tussen Gasselternijveen en Zwartemeer.

Dat je dan een sportschoen ontdekt vlakbij 1e Exloërmond, tja, wat moet je daar eigenlijk van vinden? Waarom zou hier in godsnaam een schoen liggen? Wie verliest er nou één afgeslofte schoen langs de snelweg? Het is de enige schoen die er ligt. Maar er is meer. Tal van andere spullen liggen binnen een straal van twintig meter rond de verrotte gymp. Het is een bende.

***

afvalbakRommel langs de weg. Blikjes, papiertjes, een half aangegeten hamburger nog in de verpakking, sigarettenpeuken of een bananenschil. Van alles kom je tegen, als je goed kijkt. Vaak wordt er wat lacherig over gedaan. Ja, er ligt wel eens een blikje, horen we dan. Maar we moeten het ook niet groter maken dan het is.

Wij wilden wel eens weten of dat echt zo is. Valt het inderdaad mee? En wat treffen we eigenlijk aan en waar? Ik ging met een collega twee dagen vuil ruimen langs de wegen in Drenthe, Groningen en Friesland. We besluiten om de proef op de som te nemen en twee willekeurige dagen langs wegen in Drenthe, Groningen en Friesland afval te prikken. Op een doodgewone dinsdag en woensdag in november struinen we, gewapend met twee grijpstokken en vuilniszakken van 60 liter per stuk, oranje hesjes over de jas, langs de wegen in Noord-Nederland. Geen idee hoeveel rommel we zullen vinden. Geen idee of we het lang volhouden, want langs de snelweg lopen, dat mag officieel niet. De politie kan ons dus zo van de weg plukken. Mijn collega weet niet wat ze moet verwachten. Vooraf denkt ze dat we vier – ,,misschien vijf’’ – zakken vol vuil zullen ophalen. ,,Maar eerlijk is eerlijk. Ik let er ook niet altijd even goed op. Wie doet dat wel?’’

Ik wel.

Sinds een jaar loop ik al met dit idee rond. ,,Het is heel vervelend, want je ziet het pas echt als je er op let. Niet een lange rij van blikjes, maar om de zoveel meter ligt er iets.’’

We beginnen in Assen bij de N33. We willen graag de autoweg langs, want de verdubbeling tot aan Gieten is nu ongeveer een jaar klaar en dus relatief nieuw. Benieuwd hoe snel er rotzooi in de berm ligt, denk ik nog.

De illusie dat de N33 nog schoon zou zijn, zijn we al na 100 meter kwijt. We kunnen meteen aan de bak. Met het nieuwe knooppunt Assen achter ons, belandt het ene lege blikje energydrank na het andere in de vuilniszak. Het zal de komende twee dagen sowieso blijken dat de ‘bermvervuiler’ – alsof het om een inheemse stam gaat – een liefhebber is van drankjes als Redbull en Gatorade. Naast bierblikken – in alle maten en merken – zijn het vooral de langwerpige blikjes met energiedrank die veelvuldig uit het raam worden gesmeten.

Dorien Bosselaar van Stichting Nederland Schoon bevestigt dat beeld later ook. ,,Vervelend om te zeggen, maar het is de doelgroep hè. Liefhebbers van energiedrank.’’ En kennelijk minder begaan met de omgeving waar ze in leven. ,,We proberen de anonimiteit van de vervuiler wel te doorbreken’’, stelt Bosselaar. De stichting wil zwerfafval in Nederland voorkomen en bestrijden. Dat doet ze door campagnes tegen zwerfafval, onderzoek en het adviseren van bedrijven. Dat doet ze ook door parkeerplaatsen beter in te richten. Met camera’s en spiegels. Maar dat is toch vooral iets van het midden en westen van het land.

Even daarvoor zijn we gestart bij carpoolplaats De Haar, vlakbij de driesprong om naar Groningen, Gieten of Zwolle te rijden. Die ligt bezaaid. We vinden meerdere pakken fruitdrank van anderhalf liter. En wat het meest bijzondere is: de stukken karton liggen zo’n twee passen van een van de drie blauwe vuilnisbakken. Daaromheen liggen pakjes kauwgom, wat papier, twee natte verlepte sigarettenpakjes, een ongeopend bakje leverpastei, een plastic handschoen en wat blikjes. We vragen ons af waarom niet even de moeite wordt genomen om dit in de vuilnisbak te gooien? ,,Dan ben je toch een grote hufter en geef je er ook niks om’’, roep ik nog.

Omgevingspsycholoog Kees Keizer, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en onder meer gespecialiseerd in regelnaleving, denkt dat het met die hufterigheid wel meevalt. Mensen gooien vooral rommel uit het raam omdat het lekker makkelijk is. ,,Een vieze auto is vervelend en de pakkans is toch vrij klein. Dus hup, daar gaat het koffiebekertje.’’

Het is even plat als simpel.

Want de meeste mensen weten echt wel dat rotzooi dumpen wordt afgekeurd. ,,Maar zodra we zien dat anderen het ook doen, dan wordt het al makkelijker’’, volgens de onderzoeker. Uit een onderzoek, gehouden in Groningen, kwam al naar voren dat op plekken waar bijvoorbeeld graffiti was gespoten veel meer rommel lag. Winkelwagentjes die niet waren teruggebracht, rommel op de grond. ,,Waar regels worden overtreden, wordt uitgelokt andere regels dan ook maar te breken. Het werkt normverlagend. Rommel trekt ook nog eens rommel aan.’’

,,Ze zouden mensen gratis een zakje moeten geven bij tankstations om je rommel in op te bergen’’, suggereer ik tegen Wind die knikt. Zij heeft net drie lege flessen wodka en gin, twee volle flessen bier en een gebruikt condoom gevonden bij de onbemande Texaco-pomp Baarveld. ,,Moet je dit nou zien’’, zegt ze met walging. ,,Een onderbroek.’’ Met haar gezicht weggedraaid grijpt ze met haar stok de roodwitte boxershort op. Het zal een van de negentien kledingstukken zijn – onder meer een korte broek, slipje, tas en riem – die we gedurende onze steekproef zullen oppikken.

,,Gadverdamme. Waarom gooi je een boxershort weg?’’

,,Misschien kon hij het niet ophouden tot aan het tankstation’’, redeneer ik.

Alsof de duivel er mee speelt, komen we zelfs ‘collega-prikkers’ tegen. Ze zijn bezig om de middenberm van de N33, tussen de vangrail, schoon te maken. ,,Dit geloof je toch niet’’, zeg ik nog. Dit heb ik nog nooit eerder gezien. ,,Het zal wel vaker gebeuren, maar het is wel heel toevallig dat ze nu ook bezig zijn.’’ Wind vindt het prachtig en lacht zich een kriek. ,,Je hoeft niet bang te zijn dat ze al ons werk doen, want er ligt nog genoeg.’’ Rijkswaterstaat, verantwoordelijk voor ons wegennet, ruimt de rommel niet meer op, maar besteedt het uit aan lokale aannemers. Contracten worden op de markt gebracht en degene met de laagste prijs is de winnaar. Er wordt bespaard op het ruimen van zwerfafval. Het moet een keer per jaar gebeuren, staat in de contracten. Maar echt prioriteit heeft het niet. De berm maaien is minstens zo belangrijk. Het ruimen van zwerfafval gaat dan vooral met de Franse slag, blijkt ook uit onderzoeken. De gedachte is dat tijdens het maaien het meeste van het rommel wel wordt versnipperd.

Maar veel rommel zie je pas als je echt door het gras loopt, merken wij. Zoals bij de afrit Rolde. We treffen er enorm veel blikjes en koffiebekertjes aan die in de grond zijn gestampt. Of kapot gemaaid met de grote machines. ,,Maar het is niet weg. Ze gebruiken ook steeds grotere machines.’’ Tegelijkertijd snappen we ook wel dat het bijna niet anders kan. Wij proberen zo veilig mogelijk te werken door alleen uit te stappen als het echt kan. Want het verkeer raast soms gevaarlijk hard langs. Om dan met een stokje te staan prikken. ,,Dat is wel gevaarlijk.’’ Het is ook daarom dat we niet bij het klaverblad Hoogeveen, op de A28, uitstappen. We willen wel graag, want als er ergens veel rommel ligt, dan is het daar. Andere automobilisten zouden kunnen schrikken als onze auto stil staat in de bocht. Maar voor het gemak rijden we wel even wat langzamer dan we normaal zouden doen. En schrikken ons een hoedje. Met het grootste gemak zouden we hier vier grote vuilniszakken kunnen vullen. Waarom, vragen we ons serieus af. Hebben de mensen die dit doen dan geen ouders gehad die hen leerden dat het asociaal is om te doen? ,,Ik zou vroeger echt op m’n donder krijgen van mijn ouders als ik rommel op straat zou gooien’’, zeg ik. Wind knikt wederom.

We halen met gemak twee volle vuilniszakken vol blikjes en afval bij de N33-afrit naar Rolde. Vooral in de middenberm lijkt het wel een vuilnisbelt. Ook bij de nieuwe rotonde bij Gieten ligt er bizar veel. In no time vul ik een vuilniszak vol rommel. Ironisch: om de auto schoon te houden, gooien we het afval naar buiten. Met gemak tel ik zeker dertig lege blikjes fris aan een kant van de rotonde. Op dat moment zwaait Wind terug naar twee politieagenten die langs komen rijden. Ze steken hun duim op. Goed bezig.

,,Dat wil je ook zien’’, zegt onderzoeker Keizer van de Rijksuniversiteit Groningen. Volgens hem houdt het grootste deel van de mensen zich gewoon netjes aan de regels. ,,Dat automobilisten jullie hebben zien prikken, is heel positief. Je beïnvloedt toch het gedrag van bestuurders door te laten zien dat er ook mensen zijn die rommel opruimen. Dat moet de norm zijn’’, vindt Keizer. Volgens hem moet deze hele problematiek sowieso positief worden aangevlogen. ,,Heel veel mensen gooien geen rommel uit de rijdende auto. Het werkt ook averechts als je communiceert dat zwerfafval een groot probleem is.’’

Eerlijk is eerlijk. Het is ook niet overal een grote bende. Bij de afslag in Borger vinden we eigenlijk amper iets. En bij 2e Exloërmond net zo. Hoewel Wind daar wel op een grote plastic jerrycan stuit. Met een gifgroene en zwarte substantie. ,,Dit kan niet anders dan chemisch zijn’’, oordeelt ze. Het is ook weer niet iets dat je met gemak uit een raampje gooit. Dit moet echt bewust gestort zijn. Even verderop ligt een zak met ernaast wat kledingstukken. De zak is helemaal overwoekerd. ,,Ligt daar nou een lichaam’’, probeert Wind het nog maar eens. Haar wens om een misdrijf op het spoor te komen, neemt weer even de overhand. Het blijken wat takken te zijn. ,,Toch jammer.’’

***

,,GAD-VER-DAMME!’’ De penetrante geur van urine ontsnapt direct uit de fles. Dit is geen sinas, gil ik nog als er een beetje over zijn hand lekt. Het blijkt een anderhalve-literfles te zijn, gevuld met ‘chauffeursappelsap’. De eigenaar daarvan had kennelijk geen zin om naar een restaurant te rijden. Wind komt niet meer bij van het lachen. Ze heeft inmiddels wat drugszakjes en condooms in haar vuilniszak laten glijden, maar dit is haar vooralsnog bespaard gebleven.

Bij het knooppunt N34/ N391,vlakbij Emmen, is het bal. Er liggen lege jerrycans, tientallen blikjes en flessen in het gras, vooral achter de vangrail. Een beetje uit het zicht. Chauffeurs gooien graag spullen uit de auto in een bocht, merken we. Beetje afremmen, dat gooit makkelijker. Om je dood te ergeren. Dat merken we de dag erna ook als we bij Drachten staan bij het klaverblad vlakbij industrieterrein Azeven. Vlak langs het asfalt ligt het bezaaid met papier, plastic flessen, sigarettenpakjes, kartonnen verpakkingen met een grote gele M erop, groene bierflesjes, een pizzadoos, een pak roosvicee en roodwitte koffiebekertjes. Heel veel koffiebekertjes.

Friesland is niet echt schoner dan Groningen. Even daarvoor zijn we ook al bij Leek en Marum gestopt. Die laatste plaats viel mee. Maar bij de afslag Leek bij de A7 waren we met gemak twintig minuutjes zoet. En ook bij de op- en afritten van Drachten zijn we toch al gauw een half uur bezig. Hopelijk helpt het wat. Rommel trekt rommel aan. Dus als er niks meer ligt houden mensen het schoon. Hopen we. Verderop in de provincie moeten we onze mening bijstellen. De bermen bij de N-wegen in Friesland lijken – met nadruk op lijken – vrij goed te zijn onderhouden. Echt goed letten we ook niet meer op, want na twee dagen rommel prikken geloven we het wel. ,,Wat willen we nog meer aantonen’’, zegt Wind terecht. ,,Ik ben er wel achter dat er veel meer uit de auto wordt gegooid dan ik dacht.’’

,,Wow. Dit is echt wel veel.’’

Wind is serieus onder de indruk. Nu ze de dertien volle vuilniszakken leeg kiepert komt het toch wel aan. De blikjes kletteren op de grond, een enorme stank vult de ruimte. Twee dagen rijden door de drie provincies, waarvan we zo’n vijf uur – grove schatting – effectief rommel inzamelden. ,,Ik vind dit echt wel veel. Wat een blikjes ook joh.’’

 

Als we de blikjes bier en fris zouden opstapelen, konden we met gemak een toren bouwen van zeker 28 meter hoog. We tellen 243 blikjes, 120 lege plastic flessen, een jerrycan gevuld met motorolie, 14 glazen flessen en een jampot. Om over de dozen, plastic tassen en immense hoeveelheid karton en papier nog maar te zwijgen. Als de fotograaf de jerrycan met gifgroen mengsel op de plaat wil zetten, wordt hij wat duizelig. ,,Dat spul is niet goed joh’’, zeg ik nog. Eerlijk is eerlijk: ik had niet gedacht dat we zo veel zouden ophalen. Maar ben wel blij dat het nu weg is. Mijn collega is het volledig met mij eens. ,,Het voelt alsof we heel nuttig werk hebben verricht’’, zegt ze.

***

Zo’n drie weken na onze opruimactie rijden we nog wat langs plaatsen waar we hebben geprikt. Overal liggen weer leeggedronken blikjes fris en bier, wat plastic zakken en lege pakjes sigaretten. Het lijkt een gebed zonder eind. Om verdrietig van te worden.

voorbeelden afval

 

 

Dit is wat we vinden:

  • 13 vuilniszakken vol rommel
  • 243 lege blikjes fris, bier en energiedrank
  • 120 lege plastic flessen (0,3 / 0,5 en 1,5 liter)
  • Honderden kartonnen en plastic koffiebekertjes
  • 43 lege pakken fruitdrank
  • 5 liter-jerrycan voor drinkwater gevuld met chemische rommel
  • 2 keer een witte fles (5 liter) vol motorolie
  • Een houten windgong
  • Een houten leuning van een stoel
  • 19 kledingstukken (2 boxershorts, riem, korte broeken, tas en een schoen)
  • 14 glazen flessen en 1 jampot (wodka, apfelkorn, beerenburg en gin)
  • Oranje lunchkaart (pilsje 1,90 euro) van café uit Annen

voorbeelden afval 2

 

De foto’s zijn gemaakt door Siese Veenstra. Zonder toestemming mogen die niet zo maar gebruikt worden.

2 meningen over “Blikjes, kapotjes en chauffeursappelsap