De man met het geel-zwarte hart

BV Veendam leek eeuwig tegen de ondergang te strijden. Waar het profvoetbal aan De Langeleegte begon, eindigde voor sommigen het verstand. Een verhaal in twee delen over de ondergang van voetbalclub BV Veendam. Een verhaal over clubliefde, zwart geld en luchtkastelen.

groot_111130-sc_veendamDonkere zonnebrillen, gouden sieraden, geelzwart verdriet. Horecalui en voetballiefhebbers vullen de kleine zaal van het crematorium. Het is zaterdag 13 juni 2009, even over tien. Elke stoel is bezet. Achterin staan ze schouder aan schouder. Op de gang is de kist slechts op beeldschermen te zien. Allen zijn naar het uitvaartcentrum Oost-Groningen in Winschoten gekomen voor een man op wie je nooit tevergeefs een beroep deed.
Joop Gall, voetbaltrainer aan de Langeleegte, vertelt een emotioneel verhaal over de man, zijn oom, bij wie hij vroeger kind aan huis was. Samen namen ze voor een wedstrijd de opstelling door. Max Becherer, bestuursvoorzitter van BV Veendam, spreekt op verzoek van de familie over een sponsor die jarenlang nauw betrokken was bij zijn club, een man met een geelzwart hart.
Pianoklanken. De stem van zanger Jannes klinkt.  Ik moet je hier met pijn / eenzaam achterlaten (…) Adio amore adio. 
De zaal stroomt langzaam leeg. De kist verdwijnt achter het gordijn. De familie verlaat het crematorium via de achteruitgang. Vandaag geen handen schudden, geen gelegenheid tot condoleren. Buiten, in de late lentezon, fluisteren intimi dat dit wel eens het einde kan betekenen voor BV Veendam.

De veenkoloniale profclub werd lang in de benen gehouden door mannen met veel geld. Zwart geld ook. Soms hadden die mannen plannen, soms belangen. De man die hier vandaag gecremeerd is, Jan Lambeck, had bovenal een geelzwart hart.

Het is 5 juli 1993 als Henk Nienhuis voor het eerst sinds vier jaar weer in trainingspak verschijnt op een oefenveld bij Stadion de Langeleegte. Hij maakt zijn rentree na directeur te zijn geweest bij FC Groningen. Met een brede glimlach kijkt hij toe hoe de nieuwe spelersgroep aan een stevige eerste training wordt onderworpen. ’Van conditieopbouw heb ik toch geen verstand’, zegt Nienhuis met een knipoog. Van commerciële zaken weet hij des te meer.
Sinds ’Mister Veendam’ coach én directeur is geworden, bruist het weer rond de club. Nienhuis brengt wat teweeg, haalt nieuwe sponsors binnen. Nog geen maand na die eerste training verrast hij vriend en vijand met het aantrekken van Lucian Ilie. De Roemeense middenvelder was het voorgaande seizoen publiekslieveling in het Oosterparkstadion. Voor een langduriger verblijf moet FC Groningen echter een te hoge transfersom betalen. Gek genoeg heeft Veendam dat probleem niet, blijkt uit het Nieuwsblad van het Noorden.
Wat niet geschreven staat, is dat de komst van Ilie is mogelijk gemaakt door Jan Lambeck.
Lambeck staat bekend als eigenaar van horecapanden. Ook handelt hij in gokkasten. Een Oost-Groninger uit Muntendam. Gedrongen postuur, krachtige stem. Ooit een redelijke vleugelverdediger op de amateurvelden. En vanaf de rentree van Nienhuis betrokken sponsor van Veendam, op de achtergrond maar niet onzichtbaar. En meer dan dat: het bestuur van de profclub kan eigenlijk altijd een beroep op Lambeck doen.
Wie is die Jan Lambeck?
Hij is de man die in het voorjaar van 1985 op de Ossenmarkt in Groningen bijna 300.000 gulden vindt in een plastic tas. ’Krijg nou wat’, zou Lambeck hebben gezegd. Hij laat het geld tellen bij de notaris voordat hij zijn vondst meldt bij de politie. Die gelooft het verhaal niet. De FIOD onderzoekt of Lambeck met zijn ’vondst’ niet drie ton probeert wit te wassen, maar vist achter het net. Lambeck weet dat hij sterk staat. De eigenaar van de tas mag zich melden. Als niemand het geld claimt, heeft Jan Lambeck de eerste dertig jaar het recht van vruchtgebruik. (Zie hier Artikel gevonden geld)
Lambeck is ook de man die in Muntendam een riante woning laat bouwen en eind jaren tachtig de plaatselijke voetbalclub steunt. Hij wil spelers van buiten aantrekken en een trainer die discipline predikt. Al gauw morren de leden. Ze vertrouwen het geld van de suikeroom niet. Die staat niet zomaar bekend als ’de man van drie ton’. De voorzitter stapt op en Lambeck vertrekt.
201305134457
Jan Lambeck

De vermogende horecabaas komt naar Veendam. Of binnen de club ooit aan Lambeck is getwijfeld, is moeilijk te zeggen. Bij bestuurders en commissarissen staat hij bekend als loyale sponsor. Lambeck kan andere geldschieters over de streep trekken. Daarnaast is hij een man die zich – soms opvliegend – met de zaken bemoeit. Dat Lambeck in zijn binnenzak wel eens een vuurwapen draagt, is een verhaal dat bestuurders elkaar nog jaren vertellen.

Met Lambecks geld gaat het net zo. Twintig jaar nadat de gokkastenexploitant bij Veendam binnenwandelde, en vier jaar na diens crematie, durven meerdere bronnen de stelling aan dat Lambeck met die kasten veel zwart geld moet hebben verdiend. Drie betrokkenen kennen de anekdote over Lambeck die cash geld in coupures van 5 en 10 euro in plastic tasjes naar De Langeleegte liet brengen. Dat hij zwart geld in de club stak, wordt door bronnen dichtbij Lambeck niet ontkend.
Veendam heeft een goeie aan hem. Meer dan eens neemt trainer/directeur Nienhuis Jan Lambeck mee om nieuwe spelers te bekijken. ’Wat vondst ervan, Jan?’ moet Nienhuis hebben gevraagd aan de geldschieter uit Muntendam. Lambeck haalt spelers die normaal – helemaal wit betaald dus – te duur zouden zijn.
Hij wil er niks voor terug. Ja, af en toe de kaarten voor het Nederlands elftal, waar elke betaaldvoetbalclub er een beperkt aantal van krijgt. Met zijn vrouw zit hij tussen de bobo’s bij EK’s en WK’s. Maar bovenal steunt Lambeck zijn club uit pure liefde. Elke thuiswedstrijd aan De Langeleegte is de hele familie aanwezig. Wie aan Veendam komt, komt aan de Lambecks.

Op een dinsdagavond in september 2006 meldt Jans Norder, sinds enkele weken bestuurslid van Veendam, dat hij een goed gesprek heeft gehad met Lambeck. De stemming aan De Langeleegte is voortreffelijk. Trainer Joop Gall is onlangs te verstaan gegeven dat attractief voetbal belangrijker is dan resultaat. Die vrijdagavond is het dubbel raak: de geelzwarten vestigen een clubrecord door met 7-1 van Helmond Sport te winnen. Iedereen op de club leeft toe naar de bekerwedstrijd thuis tegen Feyenoord.


Het zijn sportieve hoogtepunten, zo vroeg in het nieuwe seizoen, maar de financiële sores zijn er niet minder om. Voorzitter Max Becherer (’Ik had niks met voetbal en heb er nu ook weinig mee’) oppert het stadion terug te kopen van de gemeente Veendam, en het dan meteen weer met winst te verkopen. Een soortgelijke truc leverde twee jaar eerder – bij de verkoop van het stadion aan de gemeente – 3,2 miljoen euro op, maar van dat geld is nu niets meer over.
Veendam zit te springen om een commerciële man. Wie dat als geen ander weet, en het ook al weken roept, is Jans Norder. Een lange forse kerel met een stevige handdruk, en net als Lambeck een groot voetballiefhebber. Opgegroeid en woonachtig in Oude Pekela en manager van een bloeiend bedrijf dat handelt in kopieerapparaten. In de emotiefabriek die BV Veendam heet, ziet hij een kans ’wat terug te doen’ voor de veenkoloniën. Maar voor Norder zal gelden: waar voetbal begint, eindigt het verstand.
Bij zijn aantreden heeft Norder zijn visie op Veendam op papier gezet. De zakenman wil de club weer uitstraling geven, met een wall of fame bijvoorbeeld. Bovenal moet Veendam professioneler worden. Norder ziet voor zichzelf een coachende rol. Hij wil wekelijks praten met directeur Jan Korte en de nog aan te stellen commerciële man.
In de bestuursvergadering van dinsdag 19 september vertelt Norder dat hij met Jan Lambeck heeft gesproken over het aantrekken van een nieuwe speler. De twee mannen kennen elkaar van de club, respecteren elkaar en zijn goed bevriend geraakt. “Lambeck had een echt geelzwart hart”, zegt Norder ooit. “Veel mensen zeggen dat ook te hebben, maar ik leg dat uit als een geelzwarte portemonnee.” Net als Lambeck is Norder bereid – via een van zijn bv’s – geld in de club te steken.
Of Norder alleen zijn eigen geld in Veendam investeert, wordt veel later door meerdere bronnen – die dichtbij het vuur zaten – ernstig in twijfel getrokken. Lambeck zou bijvoorbeeld met zijn gokkastgeld goedkoop servies en betaalbare schilderijen voor veel meer dan de werkelijke waarde van Norder hebben gekocht, zodat die het weer in de club kon investeren.
Anno 2013 ontkent Jans Norder stellig dat er zakelijke transacties tussen beiden plaatsvonden. Volgens bronnen heeft voorzitter Becherer echter destijds al in kleine kring verteld dat hij wist hoe de vork in de steel zat. “Natuurlijk weet ik hoe het zit met Norder en Lambeck. Maar als Jans de grote man wil zijn, prima”, zou hij tegen diverse mensen hebben gezegd. Ook Becherer spreekt dit verhaal nu tegen: “Bij mij niet bekend. Mijn verantwoordelijkheid lag bij de club, en daar ging het volgens de regels.”
Een adembenemend mooie donkere vrouw, stijlvol gekleed, diep decolleté, trekt later dat seizoen alle aandacht in de sponsorruimte aan De Langeleegte. Tussen haar vingers met glimmend gelakte nagels balanceert een filtersigaret. De vrouw is binnengekomen aan de zijde van de eveneens kettingrokende Ruud Sanders, een geboren Veendammer die als vastgoedinvesteerder de club van de weer eens dreigende ondergang moet redden. Sanders wil driekwart miljoen in de club steken – aanvankelijk voor de helft als lening, maar later zal hij het hele bedrag een schenking noemen.
Sanders ziet brood in het Factory Outlet Center in Zuidbroek. Hij wil dat winkelcentrum ontwikkelen en denkt het te kunnen combineren met nieuwbouw van een Veendam-stadion. De 750.000 euro die hij de profclub zal schenken, moet die deal los trekken. Hoewel het nieuwe stadion er nooit komt, zou Sanders uitstekende zaken hebben gedaan: “Die zevenenhalve ton had iedereen wel in de club willen stoppen als hij dezelfde deal als Sanders had kunnen maken”, vertellen bronnen. Hij zou ruim 2 miljoen euro overhouden aan grondtransacties in Oost-Groningen, geholpen door Henk-Jan Hoekman, adviseur van de gemeente Menterwolde en al jaren bestuurslid van Veendam. “Had ik dat maar verdiend”, geeft Sanders anno 2013 aan. De grond is nog wel van hem, zegt hij. “We hebben wel wat grond verkocht, maar niet zo veel.” Hoekman zegt desgevraagd dat hij alleen de partijen bij elkaar heeft gebracht.
Het geld van Sanders redt in 2007 de club. Daarnaast inspireert het Jans Norder. Wat hij kan, kan ik ook, moet de Veendam-bestuurder hebben gedacht. Norder bedenkt een plan dat ’De 30 van Midwolda’ gaat heten – naar het aantal benodigde geldschieters en de plaats van handeling. Als aanjager warmt Norder de sponsors op in de Ennemaborgh in Midwolda en tijdens de seizoensafsluitende reis naar Gran Canaria. Sponsors zullen hun investering terugverdienen dankzij aankoop en verkoop van grond rond een nieuw stadion.
Norders lumineuze idee blijkt een zeepbel. Het stadion komt er niet. De grond waarop het moet worden gebouwd, is niet van de club, en ook niet van Norder. Bovendien laat het idee de geldschieters, onder wie Jan Lambeck, tamelijk koud.
Lambeck reist niet mee naar de Canarische eilanden, waar het Midwolda-plan de exotische naam ’De 60 van Las-Palmas’ krijgt – er zijn nu tweemaal zoveel investeerders nodig, die elk half zo veel zullen moeten dokken. Onder de Spaanse zon slaan bestuurders en wel meegereisde sponsors elkaar op de schouders.
Scan overlijdensadvertentie Jan Lambeck uit het DvhN van 11 juni 2009Het is even voor halftwaalf, de vierde avond van het voetbalreisje, dinsdag 9 juni 2009, als de oudste zoon van Lambeck, Freddy – hij is mee naar Gran Canaria – een telefoontje krijgt van zijn vriendin. Freddy Lambeck zoekt even later Jans Norder op. Die ouwe is niet meer.
“Dat geld hebben we niet”, zou Jan Korte, directeur bij BV Veendam, hebben gezegd. Freddy Lambeck weet niet wat hij hoort, in de directiekamer aan De Langeleegte. Dat geld hebben we niet? Ze hadden toch een afspraak? Lambeck wil de twee ton terug die hij de club heeft geleend. In plaats daarvan krijgt hij een debiteurenlijst toegeschoven, de lijst dus met bedrijven die de club nog geld verschuldigd zijn. Als Freddy Lambeck zijn geld terug wil, mag hij die bedrijven bellen en het bedrag zelf bij elkaar harken.
Pa Lambeck was er nog toen de afspraak een paar maanden eerder werd gemaakt. Veendam had tegen het einde van het seizoen 2008/2009 acuut geld nodig om spelers hun salaris te kunnen uitbetalen. De nieuwste crisis ontstond toen een overeenkomst met Heineken op zich liet wachten. De oude Lambeck, die zelf onderhandelde met de brouwer, zag er vlak voor zijn dood geen been in een paar ton voor te schieten. Zonder gedoe, zonder papier. Zoon Freddy stak er deze keer een stokje voor. Niet zijn vader maar hij schoot twee ton voor, en legde de transactie vast als lening. Hoewel het bestuur er van opkeek – Jan Lambeck was niet zo van de contracten – werd het zo geregeld. Jans Norder stond garant namens BV Veendam.
Freddy en zijn broer Eddy Lambeck hebben niet hetzelfde geelzwarte hart als pa, maar willen best sponsor blijven. Nu Freddy zelfs moet komen vragen waar zijn geld blijft, verandert die situatie. Binnen de kortste keren bekoelt de relatie tussen de club en de Lambecks. Waar kort na het overlijden van Jan Lambeck nog werd gerept van een standbeeld voor de suikeroom, wordt in de bestuursvergadering nu zonder veel liefde over de familie uit Muntendam gesproken.
De broers wijzen het bestuur, staat in notulen, er op dat de oude Lambeck veel voor Veendam heeft gedaan. Of waren de bestuurders de jarenlange ’in privé geleverde bijdrage aan spelers’ van pa vergeten? De club reageert formeel en koel: ’Van de zijde van BV Veendam is aangegeven het op zich toe te juichen indien een sponsor de club wil steunen, maar dat dit dan wel uitsluitend via de geëigende sponsorkanalen dient te geschieden. Het voorkomt een grijs circuit waar BV Veendam zich nadrukkelijk van distantieert en dat BV Veendam even nadrukkelijk wenst te voorkomen.’
Veel later verbazen bronnen zich over de hypocrisie. Die bestuurders hadden boter op het hoofd, wordt nu gezegd. Ze wisten best hoe het met Lambeck zat. De ruzie met de zonen Lambeck leek in een rechtszaak te eindigen, totdat Jans Norder op het laatste moment de 200.000 euro overmaakte. Maar een paar maanden na de dood van Jan Lambeck wilden zijn nabestaanden niets meer te maken hebben met de BV Veendam.
 130402-veendam-zwartwit“Tot januari 2010 besteed ik geen geld meer aan de club.”

Jans Norder is helder en niemand van zijn medebestuurders spreekt hem tegen. Het is dinsdagavond 23 juni 2009, de eerste vergadering na het overlijden van Jan Lambeck. Wordt hiermee duidelijk dat hij niet alleen zijn eigen geld, maar vooral ook het geld van Lambeck uitgaf? Is zijn geldbron plotsklaps opgedroogd? Volgens Norder, veel later ernaar gevraagd, is dat volstrekte onzin.

notulen 23 juni
notulen 23 juni 2009
Norder is op dat moment immers al langere tijd bezig anderen over de brug te krijgen, getuige ’De 30 van Midwolda’ en ’De 60 van Las Palmas’. Hij zegt het niet voor het eerst en ook niet voor het laatst: “Andere mensen moeten opstaan.” Bovendien, suggereren de notulen, staan andere geldschieters al bijna binnen de poorten van De Langeleegte. De nieuwe commerciële man, John Kaspers, zou binnen een maand die zestig investeerders – van 50.000 euro per jaar – wel bij elkaar kunnen krijgen. Het bestuur loopt bijna in polonaise achter Norder aan. Noch Becherer – die in de nieuw op te zetten professionele organisatie een goed betaalde baan krijgt – noch Meindert Schollema – burgemeester van Pekela en voorzitter van de Raad van Commissarissen – of een van de andere mannen trekt aan de noodrem. De club glijdt verder richting afgrond.
De Las Palmas-constructie blijkt op drijfzand te berusten. Hoezo zestig geldschieters? De grond waar men geld mee denkt te verdienen, is van Rijkswaterstaat. Dat is de schuld van de gemeente Veendam, vinden de bestuurders. Die zorgt er niet voor dat de grond in handen van de club komt. “Zodat er geld mee verdiend kon worden?” vraagt sportwethouder Henk-Jan Schmaal zich in 2013 nog eens af. “Bovendien, dat klinkt misschien gek, maar niemand van het bestuur is ooit bij ons geweest om over die grond te praten.”
Het luchtkasteel aan De Langeleegte stort in. De brokstukken verdelen de club in twee kampen, waarbij Jans Norder recht tegenover een deel van zijn medebestuurders komt te staan, onder wie voorzitter Becherer. Zoals aangekondigd heeft Norder de geldkraan dichtgedraaid, maar Becherer houdt hem aan zijn sponsorcontract. Ruim drie jaar later zal Norder er nog rood van aanlopen.
Om de KNVB om de tuin te leiden en de licentie voor de club te behouden, tekent hij aan de vooravond van het seizoen 2009/2010 een sponsorcontract voor 1,2 miljoen euro. “Ik ben dus niet van plan om dit daadwerkelijk te gaan betalen”, zegt hij als hij er met een zwierig gebaar zijn handtekening onder zet. Was hij dat wel, dan zou BV Veendam welhaast de BV Norder moeten worden, maar hij krijgt er nog geen reclamevlag extra voor. De KNVB stelt er vragen over, maar krijgt niet boven tafel dat het contract enkel is getekend om de begroting op papier sluitend te krijgen.
“Niks fakecontract”, houdt Becherer drie jaar later stug vol en wijst op de uitspraak van de rechter. “Iedereen in het bestuur en ook de Raad van Commissarissen wist het. Ik ben vies belazerd”, zegt Norder. Wie alle notulen leest en praat met bronnen dichtbij de club, weet dat Norder gelijk heeft. Ze wisten allemaal dat het contract bedoeld was om de KNVB om de tuin te leiden, zeggen bronnen. En Joop Gall, destijds trainer, tegen Voetbal International: “Het was duidelijk dat het echte geld ergens anders vandaan moest komen, maar ze hebben op hun luie reet gezeten en zijn uiteindelijk toen het even kon met gierende banden vertrokken.”
Jan Lambeck is dood. Las Palmas ingestort. Veendam heeft geld nodig om een bankroet te vermijden. Daarom houdt voorzitter Becherer Norder aan het fakecontract. Met zijn medebestuurders, die bang zijn hoofdelijk aansprakelijk te worden gesteld voor het faillissement, sleept hij de Pekelder zakenman voor de rechter. Ze willen Norder ’op de kop houden en leegschudden’, staat in de notulen.
Norder is woest. “Het was een judasstreek van Becherer [en de zijnen]”, zeggen bronnen dichtbij de toenmalige voorzitter. Maar het probleem van Norder is dat nergens op het contract staat dat het nep is. En dat weet hij. Waar voetbal begint, eindigt het verstand. De rechter zal uiteindelijk besluiten dat Norder een deel van het bedrag moet ophoesten. Tijdens een persconferentie bij hem thuis in Oude Pekela zegt Norder: “Na het overlijden van Jan Lambeck, wist ik dat ik er alleen voor stond.”
Omdat Norder niet over de brug komt, vraagt bewindvoerder Wim Entzinger het faillissement van Veendam aan. Hij doet een ultieme poging de club te redden. Entzinger wil een keiharde sanering, zoals die door Norders rechterhand, penningmeester Ghalid Kamil, maandenlang tevergeefs is bepleit. Het geld dat Norder ten slotte moet betalen helpt bewindvoerder Entzinger bijna aan zijn wonder, naast het geld dat hoofdsponsor Koos Gjaltema op de valreep toezegt.
Cruciaal in Entzingers wonder is dat de gemeente Veendam zich alsnog garant stelt voor 40.000 euro. Dat is lastig genoeg. Kort daarvoor dacht wethouder Henk Jan Schmaal inzicht te krijgen in de financiën van de voetbalclub. Hij kreeg een overzicht toegeschoven, waarop tot zijn verbijstering niet de lening van 3,5 ton van de gemeente vermeld stond. Meer bedragen ontbraken. Die staan op een ander lijstje, zou voorzitter Becherer hebben gezegd. Drie kwartier later lag er een nieuw financieel overzicht; het tekort van Veendam was plotseling opgelopen tot 6,5 ton.
Schmaal was er klaar mee. En zegde namens de gemeente het vertrouwen op in directie, bestuur en commissarissen. De wethouder zal zich de woorden van Becherer herinneren: ”Wij zijn niet gehecht aan het pluche. Er is gewoon niemand die deze positie wil overnemen.”
Die avond houdt bewindvoerder Entzinger zich stil. Hij moet bekijken of de BV Veendam ondanks alles nog te redden valt en schaakt op meerdere borden. Waar Becherer niemand zegt te kennen die de club wil runnen, heeft de bewindvoerder zelfs al een nieuwe directeur in gedachten. Als de gemeente zich op de valreep toch garant stelt voor 40.000 euro, met een middernachtelijk telefoontje van de burgemeester aan Entzinger, is het mirakel compleet. BV Veendam begint het nieuwe seizoen met een schone lei.
Dit verhaal maakte ik samen met collega Arnoud Bodde van RTV Noord. Zie hier de tv-uitzending van RTV Noord

Een mening over “De man met het geel-zwarte hart