WOB-misbruik

transparantie“Dag mijnheer Van Sluis. Ik wil u even wat vragen hè. Die vragen die u had gesteld… Daar wil ik wel even wat over zeggen.”

Ik kuch even. Mompel een korte vragende ‘ja’ en wacht af. Natuurlijk wil de ambtenaar de vragen wel beantwoorden. Ik moet hem niet verkeerd begrijpen. Alleen, dat kan nog wel even duren. Deze week erg druk. En daarna gaat hij op vakantie. “Is het misschien mogelijk dat we die gestelde vragen niet beantwoorden?”

Het blijft even stil aan de lijn. Dan stelt de ambtenaar de vraag nog een keer. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Journalist stelt vraag aan gemeente. En gemeente zegt: nou, mogen we het ook niet beantwoorden. Voordat ik mijn verbazing ook maar kan uiten, gaat de – overigens zeer vriendelijke – ambtenaar verder.

“Ik ben toch zeker een hele ochtend kwijt aan de beantwoording en het is gewoon erg druk. En zoals ik al zei: ik ga over vier dagen met vakantie.” Hoe lang dan? “Vier weken.”

Ik wil de antwoorden wel hebben, zeg ik. Of een collega misschien een ochtendje over heeft om het uit te zoeken dan? Nee, dat was een tijdje geleden nog wel zo. Zaten ze met twee man op de afdeling, maar nu moet deze ambtenaar het helemaal alleen bestieren. “U weet dus zeker dat u de antwoorden wilt hebben?”

Ja. Dat weet ik zeker.

“Dan beschouw ik uw vraag bij deze alsof u een Wob-verzoek heeft gedaan. Dan hebben we wettelijk vier weken de tijd om u antwoord te geven. Maar dan geven we geen antwoord, maar sturen we u een briefje dat we langer nodig zullen zijn om uw vragen te beantwoorden. Dus na die vier weken duurt het zeker nog een paar weken. Dan weet u dat.”

Tja, wat moet je daar nou op antwoorden. Ik gun de ambtenaar zijn vakantie. En ik weet ook dat hij absoluut mijn vragen wil beantwoorden. Anders zijn gemeente wel. Maar nu wordt de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob) misbruikt omdat de ambtenaar op vakantie gaat. Is dat nou de bedoeling?